Afscheid

Afscheid

Meneer Koolen is 81 jaar oud. Al een tijd is meneer bekend met vasculaire dementie. Meneer is geleidelijk achteruitgegaan tot afgelopen zaterdag. Het echtpaar is nog naar het winkelcentrum geweest en ineens zakt meneer door zijn benen en verdwijnt zijn sta-functie volledig. Meneer reageert met momenten niet op aanspreken en is verward, hij lijkt een flinke terugval te hebben en het ziet er niet naar uit dat meneer weer gaat opknappen.

De thuiszorg wordt ingezet voor 4 momenten per dag. Meneer verblijft boven op een erg laag tweepersoonsbed met bed-ombouw. Het bed is ongeveer zo oud als het huwelijk van het echtpaar. De verzorging van meneer op het lage tweepersoonsbed is erg zwaar. Meneer is oncomfortabel door het gesjor en getrek en het blijkt dat we geen goede zorg kunnen leveren op dit moment. Ik breek mijn hoofd over oplossingen en mogelijkheden maar de ruimte boven is te ongeschikt voor de behoeftes van meneer. Ik bespreek met mevrouw een hoog-laag bed voor beneden, ik zie mevrouw zichtbaar schrikken. Ze wilt het liefst haar man in het, door hun zo geliefde, bed boven houden. Dat ze daarvoor elk kwartier de trap op moet en vermoeid raakt neemt ze voor lief. Mevrouw smeekt het me bijna: laten we het nog eventjes uitstellen, laten we nog een paar dagen afwachten…

Het brengt me in een tweestrijd. Aan de ene kant wil ik mijn collega’s beschermen tegen fysieke klachten door de zorgverlening en vind ik het belangrijk dat we de beste zorg voor deze meneer kunnen bieden. Aan de andere kant wil ik de regie bij mevrouw laten en heb, ook ik, nog een sprankeltje hoop dat zijn conditie toch nog zal verbeteren. Ik vertel mevrouw over de spagaat waarin ik me bevind, weeg de voors- en tegens af en zet dan toch mijn actie door. De volgende dag wordt er een bed bezorgd. De woonkamer moet verbouwd worden, de oude vertrouwde stoelen die hun afdrukken in het tapijt hebben achtergelaten worden verplaatst. En ik, ik voel me schuldig. Tijdens een bakje thee praten we samen de afgelopen dagen nog eens door.

Het was het hoog-laagbed wat mevrouw confronteerde met de situatie zoals die nu is.
Maar eigenlijk ging het niet daadwerkelijk om dat bed, het was zoveel meer dan alleen het toelaten van een bed in de woonkamer. Het bed stond symbool voor achteruitgang, voor vervlogen dromen en onzekerheid over de toekomst. Over loslaten, veranderingen en het stukje bij beetje afscheid van elkaar nemen. Maar het vertegenwoordigde vooral ook hoop, hoop op verbetering tegen beter weten in. Hoop op een ander einde dan dit. En wat begrijp ik deze echtgenote goed. Ik snap haar angst en haar onzekerheid en ook ik had gehoopt dat deze fase nog lang op zich liet wachten.

Kelly Antheunisse, wijkverpleegkundige

 

 

*De gebruikte namen zijn om privacy redenen gefingeerd.

Advertenties